| Martine |
|
| Ik werd op 12 december 1958 in Amsterdam geboren, op de dag dat mijn ouders naar Diemen verhuisden. Daar woonde ik tot mijn tweede op een woonboot. Toen verhuisden we naar een flat in Voorburg. Op de foto ben ik tien. Schrijven vond ik toen al leuk. Kijk maar wat ik maakte. |
|
|
|
Na de middelbare school studeerde ik Nederlandse taal- en letterkunde in Utrecht In 1985 was ik klaar. Mijn hoofdvak was Middelnederlandse letterkunde, de literatuur van de Middeleeuwen dus. Toen ik mijn boek Focke en het geheim van Magnus schreef, was het erg handig dat ik zoveel van de middeleeuwen wist. Na mijn studie werd ik lerares Nederlands in Zutphen en Doetinchem. Voor de klas staan vond ik erg leuk. Aan de Pabo te Doetinchem gaf ik een paar jaar les over jeugdliteratuur. En dat was helemaal geweldig! Ik was namelijk al lang dol op kinderboeken en ik schreef er ook over. |
| Daardoor kwam ik van 1990-1993 in de Griffeljury. De juryleden bepalen met elkaar, wat ze de mooiste kinderboeken van het afgelopen jaar vinden. Toen ik erin zat, las ik van oktober tot mei een boek per dag. Dan moet je dus echt gek op lezen zijn. Met schrijven begon ik al jong, maar vanaf 1987 heb ik aan verschillende schoolboeken meegewerkt, die ook echt werden uitgegeven. In 1991 werd ik medewerker van het blad Bumper en later redacteur van het blad Tikker, een blad over jeugdliteratuur voor middelbare scholieren. Hiervoor heb ik ooit Tonke Dragt geïnterviewd. Dat vond ik heel leuk, want ze was altijd al één van mijn lievelingsschrijvers. In 1997 werd Tikker jammer genoeg opgeheven. Boven mijn bureau hangt nog het omslag van het laatste nummer. |
|
|
|
In 1996 verscheen mijn eerste kinderboek. En in 1997 hield ik op met lesgeven om alleen nog maar te schrijven. Niet alleen mijn eigen kinderboeken, maar ook voor schoolboeken en over kinderboeken. Nu, in
2011 heb ik al
86 boeken geschreven. Ondertussen ben ik ook nog getrouwd en moeder van drie kinderen. Wil je ook nog weten wat mijn hobbies zijn? Ik lees heel veel en heel veel kinderboeken, het liefst over vroeger. Een lievelingsboek is moeilijk te noemen. Als kind las ik Alleen op de wereld wel honderd keer. Nu lees ik het aan mijn kinderen voor. Veder houd ik erg veel van de boeken van Tonke Dragt, de Tillerman-boeken van Cynthia Voigt, De Robin-verhalen van Sjoerd Kuyper en… nog veel meer. Van grote-mensenboeken vind ik de boeken van Thomas Rosenboom , Roddy Doyle, T.C. Boyle en Henry Roth erg mooi. |
| Als ik niet lees of schrijf, ben ik met stamboomonderzoek bezig. Ik heb een speciaal computerprogramma daarvoor. En als het even kan, zit ik daarachter. Of ik ga naar het Haags gemeentearchief om nieuw materiaal te zoeken. In die stamboom vind ik steeds meer spannende verhalen. De Letteries uit Het Schorriemorrie van de Pruk blijken niet de enigen te zijn, die ooit voor de Haagse rechtbank verschenen… |
|